Bij een bikefit denk je al snel aan fanatieke wegrenners, maar ook voor mountainbikers heeft een professionele afstelling verrassend veel te bieden. Om te ontdekken hoeveel winst er nog te halen viel, onderwierp schrijfster Ella van der Veer zowel haar XC-bike als endurofiets aan een bikefit bij Peter Kraaijvanger van De Pedaleur in Doetinchem.
De sessie begint met een uitgebreide intake: rijfrequentie, klachten en doelen worden besproken, waarna flexibiliteit, voetstand en zitbotbreedte worden gemeten. Kraaijvanger werkte jarenlang met het Retül-bikefitsysteem en ging na zijn vertrek bij Specialized zelfstandig verder als professioneel bikefitter.
Een belangrijk verschil met een bikefit voor een race- of gravelfiets is de rol van de vering. Voordat er ook maar naar de meetwaarden wordt gekeken, moet de vering correct worden afgesteld. Veel mountainbikers rijden nog altijd rond met de luchtdruk die ooit door de winkel is ingesteld. Is de demper te weinig opgepompt, dan zakt de achterkant onderuit en komt het zadel lager en verder naar achter te staan, wat de houding direct beïnvloedt.
Na het correct instellen van de sag volgt de eigenlijke bikefit. Bij de XC-bike blijkt het zadel bijna een centimeter te hoog te staan en wordt een breder zadel geadviseerd vanwege de opvallend brede zitbotjes. Ook de remgrepen worden aangepast voor een betere lijn met de onderarmen. Theoretisch zou een langere stuurpen een efficiëntere zitpositie opleveren, maar daar wordt bewust van afgezien omdat controle in afdalingen zwaarder weegt dan een optimale papieren positie. Bij de endurofiets blijven de aanpassingen beperkt.
Na een aantal ritten in de nieuwe afstelling zijn de resultaten duidelijk…
De conclusie vind je in de nieuwe Mountainbikeplus editie #234. Nog geen abonnee? Word dan snel Abonnee en ontvang 6 nummers voor € 69,95.

