Bikepacken door de Queyras en de Écrins 

De slagboom gaat omhoog. We rijden de volgende sectie op van de Péage, die inmiddels als vanouds druk is geworden. In de auto ligt alles wat we nodig hebben voor ons avontuur. Het plan? Vijf dagen volledig self-supported op pad, met een minimale bepakking. Van zonsopgang tot zonsondergang door de bergen, van a naar b.  

Ontstaan & voorbereiding 

Frederique Ivens en Krystof Seyen vroegen of ik soms zin had om mee te gaan op een ‘enduro’ bikepacking trip in de Franse Alpen. Het is het soort vraag dat je geen twee keer hoeft te stellen. Vol enthousiasme gingen we aan het plannen.  

Niet te weinig- en niet teveel mee was de hele uitdaging. De fiets en bepakking moesten licht genoeg zijn om flinke stukken te kunnen lopen, of duwen. En, laten we eerlijk zijn, een te zware bepakking ontneemt je al snel van ieder mountainbike plezier. We kozen voor een zo minimaal mogelijke bepakking. Een tarp en slaapzak werden in een drybag onder het stuur gehangen, en met kleine tassen op het frame werd er zoveel mogelijk eten en snacks meegenomen voor onderweg. In de rugzak van 30 liter de overige zaken, met goede lagen voor het vaak wisselende weer. Een stevig gewicht, ondanks onze spaarzaamheid met wat we meenemen.  

De avond voor vertrek van onze trip prepareren we het al het materiaal en hangen we de bikes vol met alle benodigdheden. Een laatste check op de materiaallijst en we zijn klaar om te vertrekken! 

Het begin 

We zijn afgezakt tot net onder Briançon, in het departement Hautes-Alpes, op een steenworp afstand van Italië.  Het plan is om richting de Queyras te reizen, in zuid-Oostelijke richting. Het park grenst aan Italië en is vanuit Frankrijk maar op twee manieren per auto te bereiken, namelijk via de Col d’Izoard of vanuit Guillestre, en vanuit Italië via de Col d’Agnel. Dat lastig bereikbare gebied zorgt voor een heerlijke afwezigheid van industrie, die elders in grote mate aanwezig is. Er is wat landbouw, maar toerisme is hier de belangrijkste vorm van inkomsten. Zeker in de lagere gedeeltes kan het hier dan ook (relatief) druk zijn. We delen de paden. Kortom, ‘be nice say hi’ staat hoog in het vaandel.  

Parc du Queyras 

Na een geschikte parkeerplek te hebben gevonden voor de auto en een laatste check van onze bikes kon het avontuur dan eindelijk beginnen. Een rustige warming-up zit er niet in. Na enkele meters verwijderd te zijn van ons startpunt doemt de eerste klim voor ons op. Omhoog is het motto en 650 hoogtemeters later staan we in Fort de la Coix-de-Bretagne. De toon is gezet. We worden getrakteerd op een prachtig uitzicht over de vallei van Briançon en nieuwsgierig dat we zijn maken we van het moment gebruik om op onderzoek uit te gaan in het verlaten fort uit de 19de eeuw. 

Een aantal mooie “urbex” foto’s later maken we ons klaar voor de eerste afdaling. We doen de kniebeschermers op, zetten de helm vast en gaan! In het begin is het aftasten naar een juiste balans en gevoel op de fiets, die een stuk minder speels aanvoelt door de extra bagage. De bandendruk is iets hoger, maar de vork en demperinstellingen zijn nagenoeg hetzelfde als normaal. Vooral de hogere druk op het voorwiel door de stuurtassen valt op. Meer grip, maar soms ook moeilijker te controleren. Kristof ondervindt dit aan den lijve en streept de eerste crash af. Gelukkig komt hij er met wat ‘battlescars’ en een ietwat gevoelige hand van af, maar gehard als hij is wordt de weg al snel vervolgd.  

We vervolgen onze weg door de Vallée des Ayes om uiteindelijk de gelijknamige Col op 2477 meter hoogte te bereiken. De afdaling die volgt zit vol flow en laat ons de eerder overwonnen beklimming snel vergeten. Onderaan de afdaling staan we aan de voet van d’Izoard, de beroemde klassieker uit o.a. de Tour de France. Met onze enduro bakken treden we in de voetsporen van de wielerlegendes om na zo’n 4,5 kilometer de verharde weg te verlaten en over singletracks verder te klimmen tot op de Col du Tronchet (2347 m). Onze eerste bivak bereiken we na een technische afdaling met veel switchbacks door dennenwouden. Een perfecte afsluiter van de eerste dag. 

Aangekomen bij de Gîte de Souliers installeren we onze zeilen en preparen de slaapmatjes en slaapzakken voor de nacht. Onder het genot van een welverdiend biertje en lokale lekkernijen genieten we na van een geslaagde eerste dag. 

Het huis van Gargamel 

Tijdens onze trip maken we zo nu en dan graag een optie lusje om zo een iconische locatie in de omgeving aan te doen. Het huis van Gargamel, zoals het in de volksmond heet, ligt op 2550 meter hoogte boven het dorp Ceillac. Vanaf de Col de Fromage (2300 m) is dit historische wachtershuisje goed te zien en schreeuwt het erom verkend te worden. We kunnen

dit niet links laten liggen en traverseren om de top ‘le Brunet’ heen en begeven ons al fietsend en lopend via de achterzijde naar dit uitkijkpunt. Hier aangekomen nemen we een moment te tijd om de adembenemende vergezichten in ons op te nemen. Dit is avontuur.

De afdaling die volgt is er een om u tegen te zeggen. Ruimte voor fouten is er niet aangezien de bergrug waarover we afdalen richting Col de Fromage het uiterste vraagt van onze concentratie. Na een korte traverse dalen we verder af richting de vallei, waar de 900 hoogtemeters tellende afdaling tot een einde komt.  

Ravioli 

Aan het einde van dag twee is ons plan om écht ‘off the grid’ te gaan overnachten. We hebben een locatie in gedachten in de buurt van de Col des Prés Fromage op 2147 meter hoogte. In het dorpje Molines-en-Queyras stappen we een kruidenierszaakje binnen om proviand voor de avond in te slaan. Het worden blikken ravioli in tomatensaus. Twee blikken á 400 gram per persoon gaan over de toonbank en wat andere snacks en ieder een blikje cola. Heerlijk! 

Tijdens het inpakken van onze rugzakken komen we er al snel achter dat het extra gewicht dat we mee moeten zeulen niet in ons voordeel werkt. De klim naar de Col is slopend. Mede door de steile, slecht begaanbare doubletracks waar overdag grote bosbouw voertuigen hebben gereden. 

Moe en hongerig vinden we na een kleine 500 hoogtemeters en enig speurwerk een herdershutje. Het blijkt helaas afgesloten, maar het afdak biedt net genoeg beschutting tegen de elementen.  We maken vuur, warmen het eten op en gaan slapen. We zijn op. 

Op naar de Écrins 

Op dag vier van onze trip laten we het nationaal park du Queyras achter ons en steken we via de Durance vallei over naar het nationaal park des Écrins.  

De laatste dag van onze trip worden we wakker op een grasveldje nabij een bergmeer. Afgezonderd van enige vorm van beschaving maakt de stilte die ochtend diepe indruk op ons. Liggend op mijn slaapmatje tuur ik over het grasveld en zie op een 20-tal meter een ree grazen. Een fantastisch moment om bij wakker te worden.  

Ontbijt hadden we die dag niet. We gingen er namelijk van uit dat de afdaling snel zou verlopen, zodat we beneden in het dorp een lekkere croissant en een kop koffie konden gaan scoren.  

De realiteit was helaas anders. Het bovenste stuk afdaling bleek een gemakkelijke via-ferrata route te zijn. Met fiets en bijbehorend extra gewicht blijkt het een stuk uitdagender te zijn. Met wat klimmen en klauteren volgen we het pad naar beneden totdat we uiteindelijk weer fietsend verder konden. Veel later dan gepland en met flinke honger konden we alsnog op het terras genieten van een lekker zoet ontbijt en een echte Franse kop koffie. 

De voorlaatste afdaling van onze trip is een echte enduro afdaling. Steil en technisch, waarbij onze  stuurmanskunsten en fitheid na vijf dagen bikepacken op de proef worden gesteld. We komen alle drie vol euforie beneden. Wat een dikke afdaling was dit. 

Het einde in zicht 

Nog één laatste keer moeten we omhoog. Zo’n 800 hoogtemeters geleidelijk klimmen hakt er na een week wel in. We zijn blij als we bovenaan de laatste afdaling staan. De vermoeidheid is duidelijk aanwezig maar eenmaal in de afdaling neemt de adrenaline het over.  

Een hoge mate van flow zorgt ervoor dat er ook hier zo nu en dan wat vreugdekreten te ontwaren zijn. 

Fietsend richting de auto denk ik terug aan een geweldig avontuur. De vermoeidheid in het lijf is duidelijk merkbaar en we zijn dan ook blij als we de kleding waarin we 5 dagen hebben geleefd uit kunnen doen. We frissen ons op. Tijd voor eten! Veel eten! En een goed bed, want dat kunnen we wel gebruiken. 

Werken voor je plezier 

Lopend en fietsend hebben we duizenden hoogtemeters bedwongen. Gemiddeld bracht iedere klim 750 meter op de teller, maar er waren er die ver boven de 1000 schoten. Kortom, hard werken, zeker met toch een 15 kilo aan bepakking. En hoe hoger je komt, des te onvergeeflijker wordt het terrein. De paden die onderaan zo mooi verzorgd zijn, veranderen langzaam maar zeker in grove, onmogelijk rijdbare lijdenswegen. “Een dag niet gestapt is een dag niet gebiked.” Aldus Kristof 

Kortom, ben je op zoek naar een trip zonder afzien, dan kun je een dergelijk idee maar beter overslaan. Maar, de afdalingen waren om van te watertanden. De ene nog beter dan de andere. Van flowy singletrack tot grove, natuurlijke Alpiene tracks en echte enduro-lijnen, aangelegd door de locals. Iedere keer was het weer raak onderaan de afdaling, een kakkefonie van high-fives en vreugdekreten. Om even later weer met het zweet op je voorhoofd de volgende klim op te stoempen. 

Iedere dag werd afgesloten op de fiets, met de laatste beetjes licht van de avondzon. Op zoek naar een plek voor de nacht. Veel beter dan dit gaat het niet worden, met prachtige natuur om je heen en een oorverdovende stilte. De natuur komt tot leven terwijl onze dag ten einde kwam. Op twee nachten sliepen we naast een berghut. Het was onze strategie om zo niet zoveel te hoeven meenemen. Je eet en drinkt in de hut. Het grote nadeel? Het blijkt dat die berghutten niet zijn ingesteld op de hoeveelheden die je wegwerkt na dergelijke dagen op de fiets. Ieder bord, iedere kom en iedere ketel werd vakkundig leeggeschraapt. Ook die van andere gasten overigens. En de mooiste dagen? Dat waren de dagen dat we echt volledig ‘off the grid’ gingen. Op de meest idyllische plekken middenin de bergen. In een verlaten herdershut, of vlak naast een prachtig bergmeer. Het eten op die dagen was wat primitiever, met blikken ravioli die we opwarmden in het vuur. Na een lange dag zwoegen proeft het naar een sterren maaltijd.  

Afgelegde afstand: 

250 kilometer – Hoogtemeters: 12,500 (klimmen en dalen) 

Materiaal 

Om het terrein in de Franse Alpen aan te kunnen reden we alle drie op stevige trail- of enduro fietsen. Minstens 150 mm veerweg en grove 2.35 banden met een stevig karkas waren nodig om de ruwe afdalingen te kunnen weerstaan. 

Ook is goed onderhoud voorafgaande van belang om tijdens de trip niet teveel tijd te verliezen aan mechanische mankementen. Gelukkig voor ons bleef het bij één platte band. Niet slecht, al zeg ik het zelf.  

 Het nodige reserve materiaal verdeelden we onder ons drieën. Zo zorgden we dat spullen zoals een pomp en kettingpons niet dubbel werden meegenomen. 

Gereedschap zoals een multitool en Leatherman mogen niet ontbreken tijdens een dergelijke trip. 

Qua kleding moet je op alles voorbereid zijn. Het weer kan in de bergen snel omslaan en daarom is het belangrijk op die veranderende omstandigheden te kunnen inspelen. Naast onze basis set fietskleding namen we o.a. een setje functionele kleding voor de avond mee, een lichtgewicht donsjas voor koudere omstandigheden hoog in de bergen en een regenjas mochten de hemelsluizen zich openen.   

Voorbereiding 

Uitgerust aan een week als deze beginnen is van groot belang. De dag vóór onze trip maakte Kristof en ik een stevige dagtrip naar Croix de Carrelet. Wat een klein acclimatisatie rondje zou moeten worden liep uit op een lus van 55 km en 2400 hoogtemeters. Overigens een zeer mooie route, uitgestippeld door Frederique. We waren die dag laat terug bij het chalet, met als gevolg tot ver in de avond bezig te zijn met de voorbereidingen voor onze 5-daagse trip.  

Naast voldoende slaap is een goede basisconditie van belang om meerdere dagen achter elkaar door de bergen te trekken. De hoogte heeft grote invloed op je ademhaling en hartslag. Duurtrainingen en de nodige hoogtemeters in de benen is een pré om snel aan deze on-Nederlandse omstandigheden te kunnen wennen.  

Tekst: Job Bokmans  Foto’s: Job Bokmans & Frederique Ivens