Niels combineert zijn passie met zijn beroep.  

Wat is er mooier dan met een liefhebber uren te praten over onze gezamenlijke passie? Precies, niks. En daarom laten wij in iedere editie van Mountain Bike Plus een fan van de mountainbike aan het woord. Zij die hun been over het zadel slaan met de intentie die wij allemaal hebben: plezier maken. In de huidige editie is dat Niels Boon (43), die van zijn passie zijn beroep maakte. 

Nee, Niels Boon is geen professional mountainbiker. En toch heeft hij van zijn passie zijn beroep gemaakt. De 43-jarige Limburger is namelijk werkzaam als biomechanisch onderzoeker bij Shimano/bikefitting.com. “Ik heb een mooi beroep gevonden, dat eer doet aan mijn studie bewegingswetenschappen en mijn passie voor mountainbiken.” 

Bikefitting

Bikefitting biedt een meetsysteem aan voor alle fietsers: van de E-biker voor woon-werkverkeer tot aan iemand die op een mountainbike van 15.000 euro rijdt. Het is een verregaande analyse. Zo kunnen ze de juiste stand van je voet op het pedaal berekenen en welk zadel bij jouw zitbotten past. “We hebben diverse mogelijkheden: van een snelle meting tot een complete analyse, inclusief dynamische, bewegende beelden. Daar hangt dan een extra prijskaartje aan.” Inmiddels gebruiken 2.100 dealers wereldwijd het systeem van bikefitting.com. Het bedrijf heeft zelf een locatie waar ze fietsers meten in Valkenburg, in het Shimano Experience Centre. “Ik ben verantwoordelijk voor de wetenschappelijke ondersteuning van het meetsysteem.”  

Mountainbiken

Zo is Niels dus iedere dag met zijn passie en professie bezig. Daarnaast fietst hij zelf flink wat kilometers. Reeds dertig jaar geleden gooide hij voor het eerst zijn been over een mountainbikezadel. “Ik zat bij een toerfietsclub, in de winter gingen we mountainbiken. Ik kocht een tweedehands mountainbike en vond dat direct veel leuker dan wielrennen. Het was toen wel echt anders dan nu, je reed  op een gravelfiets met een breed stuur en een rondje door het bos over bestaande paden. Daar waren weinig stuurmanskunsten voor nodig. Maar ik reed als broekie al wel snel vooraan.” Hij genoot van de afwisseling van het mountainbiken. “Je klimt en daalt meer dan op de racefiets en ik vind het leuker om over een onverhard pad te rijden, dan over asfalt. Je gebruikt je hele lijf om te sturen. Het lag me beter dan wegwielrennen: ik ben niet iemand die per se heel hard trapt.” 

Zijn trainer zei: ‘Ga eens een wedstrijd rijden.’ En dat deed hij. Niels begon in de funklasse, stroomde later door naar de junioren, de beloften en de elite. Dat ging hem aardig af. “Maar het kreeg nooit de hoogste prioriteit, ik ben er altijd naast blijven studeren en werken. Dat vond ik te belangrijk en ik was tevreden met hoe het ging in die combinatie.” 

Hoe ver hij had kunnen komen, dat weet hij niet. “Ik merkte in de laatste jaren dat ik nog XCO deed, dat het wel aanpoten was. De XCO-races van nu vragen om een behoorlijk portie techniek, om er überhaupt fatsoenlijk doorheen te komen.” 

Marathons

In de afgelopen decennia reed hij veel mooie marathons. De Ironbike in Ischgl, Transalp door de Alpen en de TransRockies in Canada. “Die laatste vond ik het hoogtepunt. Je duikt acht dagen de wildernis in, rijdt door plekken waar normaal geen hond komt.” Zijn prestaties mogen er ook zijn: hij werd vijftiende en tiende in de Cape Epic en won in 2016 nog het NK Marathon bij de masters 30+.  

Tegenwoordig trapt hij nog steeds aardig wat kilometers weg, maar niet veel wedstrijden meer. “Ik rij op een fully en hardtail Specialized Epic S-Works van een paar jaar oud. Ik vind het heerlijke fietsen: snel, licht, een makkelijk af te stellen vering, goede geometrie en redelijk progressief. Met lichte wielen is het een racebak, met stevigere kun je er goed mee over de trails.” Hij fietst vooral veel in zijn thuisomgeving, Maastricht en omstreken. “De Sint-Pietersberg heeft een aantal heel mooie trails. Het liefst ga ik op de bonnefooi naar buiten en pak ik zo veel mogelijk hoogtemeters en singletracks. Over een paar weken ga ik op vakantie naar Fiss in Oostenrijk, daar fiets ik meestal het brede pad omhoog en daarna een mooie singletrack naar beneden.”

Tekst: Tim van Boxtel/mbp
Beeld: Irmo Keizer/mbp