Test: Schwalbe Big One LiteSkin


door : Gerko van der Graaf 17 dec. 2015

Het is een echte 'Son of the beach', deze nieuwe Big One van Schwalbe. Hij is doelgericht ontworpen met het oog op strandraces. Of nog beter: om strandraces te winnen, want hij is superlicht, supersnel en heeft een superlaag profiel. Het loopvlak heeft duizenden minimalistische 'rubberstipjes' die eigenlijk niet eens de naam profiel mogen hebben. Samen met het grote volume en de speciale OneStar-compound zorgt dit voor een belachelijk lage rolweerstand. En dat mist zijn uitwerking op het strand en op de weg niet! Deze rubberen kanonskogel rolt vanaf de eerste meters sensationeel licht als je er op het asfalt mee wegknalt. Ook op het strand lijkt de band over de zandbodem te surfen en dat geeft je echt een snelheidskik! Het gebrek aan profiel heeft trouwens op het strand geen noemenswaardig nadeel voor wat betreft het sturen. Het blijft simpelweg een kwestie van rijtechniek om een bochtje te draaien op zacht zand. Op de verharde weg lijken die hele kleine nopjes genoeg grip te genereren om onder droge omstandigheden snoeihard door de bocht te scheuren. Je kunt met een iets ander verzetje op je twentyniner mountainbike met Schwalbe Big One-sloffen gewoon je bikematen op hun racefietsjes of cyclocrossers bijhouden! De BigOne is in twee varianten verkrijgbaar. De LiteSkin-variant is onwaarschijnlijk licht (455 gram voor de 29 x 2,35-band), maar is kwetsbaarder en je kunt hem iets moeilijker tubeless maken. De SnakeSkin-versie met Tubeless Easy-systeem is verkrijgbaar in 27.5" en 29 x 2,35 en weegt respectievelijk 520 en 550 gram. Dat is ruim 120 gram lichter dan de SuperMoto's! De drie verkrijgbare varianten worden trouwens in een hele fraaie 'black box' verkocht en ze kosten voor het gemak allemaal evenveel: 57,90 euro.

Tags : strandbanden, schwalbe, big one



Reacties


    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer