10 tips voor een geslaagde biketoer op vakantie


door : Gerko van der Graaf 17 jul. 2015

Nu de schoolvakanties na Vlaanderen, noord- en midden-Nederland nu ook in het zuiden van Nederland zijn begonnen, kan de grote vakantie-uittocht beginnen. Grote kans dus dat je de komende weken op vakantie vertrekt en je mountainbike meegaat. Of je nu een hele week gaat fietsen, of af en toe een paar uurtjes kunt ontsnappen op de fiets, met deze tien tips maak je er een geslaagde toer van.

1. Voorbereiding
Goede voorbereiding is het halve werk en biedt ook al een hoop voorpret. Zoek op internet of bij het lokale toeristenbureau informatie over de routes, afkortingen en alternatieven (!) die je wilt gaan rijden.

2. Veiligheid
Een eerstehulpsetje hoort standaard in je rugzak te zitten als je in de bergen gaat rijden. Neem minimaal spullen mee die geschikt zijn voor behandeling van de meest voorkomende bikeongevallen: pleisters en ontsmettingsmiddel. Maak je een langere dagtoer, meerdaagse en ben je van plan ver van de bewoonde wereld te rijden, neem dan ook een paar zakjes ORS-oplossing (suiker/zoutoplossing bij dehydratatie), pincet, een lange rol verband om een arm of been te kunnen spalken en een stuk (sport)tape mee.

Zorg dat je van te voren de noodnummers van buitenlandse reddingsdiensten in je telefoon hebt opgeslagen. Dit nummer is overigens lang niet overal het bekende Europese noodnummer 112. In Italië is het 118 en het alpine-noodnummer is 140. Bij bikeparken staan vaak aparte nummers vermeld bij de liften. Let daarop of vraag het na. Denk er overigens aan dat je niet altijd ontvangst hebt in de bergen!

3. Uitrusting en reservemateriaal
Het lijkt een open deur, maar controleer je fiets grondig voordat je vertrekt. Trek alle boutjes nog eens vast, controleer en vervang zo nodig je banden en remblokken en zorg dat derailleurs, remmen en vering feilloos werken. Natuurlijk neem je minimaal een reserveband, multitool, energierepen en een telefoon mee. Lange tocht op de planning? Let er dan op dat je een zadel monteert waarop je het kunt volhouden! Voor onderweg neem je mee: reservebanden, schakelkabel, noodspaak, derailleurnok, remblokken en een rol duct-tape. In de rugzak: regenjack, windjack/windvest, dun fleecejack, arm- en beenstukken, (dichte) handschoenen, reserveshirt, reservebroek, extra paar sokken, gedetailleerde kaart van het gebied, multitooltje, reparatiespullen, reservebanden, energierepen, fotocamera, eventueel GPS en mobiele telefoon, een lakenzak of slaapzak (als je in hutten gaat overnachten), reservebatterijen of laadsnoeren voor GPS en telefoon, identiteitspapieren en contant geld.

4. Donder en bliksem
Zorg dat je weet wat de weersverwachtingen zijn voordat je vertrekt. Er zijn twee situaties die potentieel gevaarlijk zijn: warmteonweer en plotselinge weeromslag. Onweer trekt meestal snel voorbij en is dus een kwestie van even schuilen in een berghut of een schuurtje. Niet onder een alleenstaande boom of tegen een bergwand, want een boom kan door de bliksem worden gepakt en de langs de bergwand kan de stroom van een hogergelegen blikseminslag naar beneden worden geleid! Als je in open terrein wordt overvallen door onweer: zoek een kuil en kruip daar in en maak je zo klein mogelijk. Leg je fiets minstens 50 meter bij je vandaan en schakel GPS en telefoon uit. Een plotselinge weersomslag is meestal een kleine catastrofe voor je toerplanning. Een snelle temperatuursdaling kan op grote hoogte tot sneeuwval leiden en dat betekent einde toer. Controleer onderweg regelmatig de weersvoorspellingen via je mobiele telefoon of vraag de eigenaar van de berghut waar je langskomt of de receptie van je hotel of camping voordat je 's morgens vertrekt.

5. Dagindeling
Een toer is geen wedstrijd. De zwakste in de groep bepaalt het tempo. Start zo vroeg mogelijk, zodat je ruimte hebt voor fotopauzes, defecten verhelpen, foutrijden en schuilen voor een onweersbui. Het grootste deel van de hoogtemeters moet je eigenlijk rond het begin van de middag achter de rug hebben. Bij twijfel (let ook op de stabiliteit van het weer): altijd kiezen voor een kortere route! Meer is niet altijd beter en leidt vaak tot onderschatting van de factor vermoeidheid. Ook afdalen kost namelijk kracht en concentratie.

6. Het bereiken van de top
Tip voor het bereiken van de top: eerst je windjack of iets warms aantrekken, dan een paar foto's maken en net onder de top uit de wind genieten van het uitzicht. Wees je ervan bewust dat wind je grootste vijand is als het gaat om het oplopen van een verkoudheid, niet de regen!

7. Gecontroleerd afdalen
Bij een trainingsritje kun je je nog eens een stuntje veroorloven, maar in het hooggebergte en in onbekend terrein is ongecontroleerd en met hoge snelheid afdalen gewoon dom. Niet zozeer omdat je toch voortdurend moet remmen als er wandelaars je pad kruisen (altijd afremmen en even netjes groeten!), maar de gevolgen van een valpartij zijn meestal veel groter. Thuis in het bos val je misschien over een boomworteltje in het zachte zand. In de bergen stuiter je keihard op de rotsen en zijn botbreuken veel sneller aan de orde. Niet fijn voor jezelf, maar zeker ook niet voor je reisgenoten.

8. Klimmen met je koppie
De beklimmingen in de bergen zijn langer en vaak steiler dan je gewend bent. Slim rijden met een goed ritme is het geheim van een lange klim. Als je gewend bent met een hartslagmeter te rijden, hou die dan in de gaten voor een constant tempo. En laat je niet gekmaken door snellere fietsers. Probeer de klim in één etappe te overbruggen, want elke pauze is een verstoring van het ritme en dat kan je flink opbreken. Als je meerdere dagen gaat rijden: verschiet niet al je kruit op de eerste dag. Er komt nog zoveel meer!

9. Oriëntatie
Bekijk een dag voordat je op pad gaat, de route nog eens goed op een kaart en markeer deze desnoods met een stift. Probeer (ook aan de hand van bijvoorbeeld hoogtelijnen) te ontdekken waar de zwaarste punten zitten en zoek naar oriëntatiepunten onderweg. Met een topografische kaart, een hoogtemeter of hoogteprofiel op kaart en wat oefening kun je al snel bepalen waar je staat. Met een GPS wordt het (na)rijden van een route natuurlijk een stuk eenvoudiger, maar neem toch altijd een goede topografische kaart mee: die loopt namelijk niet op stroom en heeft geen slechte ontvangst.

10. Bewijs!
Het weegt een paar gram meer in je rugzak, maar het is toch een wel doodzonde als je zonder fotografisch bewijs terugkomt van de toer. Nog mooier zijn natuurlijk bewegende beelden, al dan niet genomen met een helmcamera. Laat je bikevrienden nog even een keer terugrijden zodat je het glorieuze moment van het bereiken van de top op foto of film kunt vastleggen.

Tags : zomervakantie, toer, meerdaagse, materiaal, weer



Reacties


    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer